kONING VAN lOTHARINGEN
In mei 895 benoemde Arnulf van Karinthië, koning van Oost-Francië, zijn bastaardzoon Swentibold tot koning van Lotharingen. Hij werd de tweede en laatste koning van Lotharingen. Swentibold, ook geschreven als Zwentibold en Sanderhout (Latijn: Sanderboldus of Xhenderboldus), dankte zijn merkwaardige naam aan zijn peetoom Svatopluk, die over Moldavië heerste.
Lotharingen was een zelfstandige regio. Hieronder viel een deel van de Lage Landen en het stamgebied van de Karolingers, namelijk het stroomgebied van de Maas, de Moezel en de Rijn. In Nederland is hij daarom bekend als een lokale heilige. Het hertogdom Neder-Lotharingen zou later uit dit gebied ontstaan.
Het belang van Zwentibold wordt wel eens onderschat, maar dat is onterecht. Hij wordt daarom beschouwd als een symbool van de Lotharingse drang naar zelfbewustzijn.
Koning Swentibold kwam in 900 op brute wijze om het leven in de buurt van de Maas. Sommige bronnen melden dat hij vermoord werd. Hij sneuvelde in de strijd tegen Gerard en Matfried, twee broers van wie hij de respectievelijke graafschappen had afgenomen en als raadgevers had ontslagen. Swentibold werd begraven in Susteren, mogelijk in de abdijkerk aldaar.
In de laatste maand van zijn leven verbleef Swentibold in de omgeving van Born, Sittard, Susteren en de Graetheide. De Limburgers noemden dit gebied het “land van Swentibold”.
In 897 huwde Swentibold te Worms met Oda (* 875/880 - † 952), een dochter van Otto I van Saksen de Illustere, die sedert 880 hertog was van het stamhertogdom Saksen. Met dit huwelijk trachtte keizer Arnulf, vader van Swentibold, deze sterke bondgenoot aan zijn geslacht te binden.
Met Oda kreeg Swentibold drie dochters:
In de middeleeuwen werden koning Swentibold en zijn familie, waaronder Oda, als heiligen vereerd.
Lotharingen was een zelfstandige regio. Hieronder viel een deel van de Lage Landen en het stamgebied van de Karolingers, namelijk het stroomgebied van de Maas, de Moezel en de Rijn. In Nederland is hij daarom bekend als een lokale heilige. Het hertogdom Neder-Lotharingen zou later uit dit gebied ontstaan.
Het belang van Zwentibold wordt wel eens onderschat, maar dat is onterecht. Hij wordt daarom beschouwd als een symbool van de Lotharingse drang naar zelfbewustzijn.
Koning Swentibold kwam in 900 op brute wijze om het leven in de buurt van de Maas. Sommige bronnen melden dat hij vermoord werd. Hij sneuvelde in de strijd tegen Gerard en Matfried, twee broers van wie hij de respectievelijke graafschappen had afgenomen en als raadgevers had ontslagen. Swentibold werd begraven in Susteren, mogelijk in de abdijkerk aldaar.
In de laatste maand van zijn leven verbleef Swentibold in de omgeving van Born, Sittard, Susteren en de Graetheide. De Limburgers noemden dit gebied het “land van Swentibold”.
In 897 huwde Swentibold te Worms met Oda (* 875/880 - † 952), een dochter van Otto I van Saksen de Illustere, die sedert 880 hertog was van het stamhertogdom Saksen. Met dit huwelijk trachtte keizer Arnulf, vader van Swentibold, deze sterke bondgenoot aan zijn geslacht te binden.
Met Oda kreeg Swentibold drie dochters:
- Benedicta (*ca. 898) abdis van de abdij van Susteren (in navolging van Amelberga);
- Caecilia (*ca. 899) eveneens abdis van Susteren (in navolging van Benedicta);
- Relindis (*ca. 900), die zich als kluizenares in Flémalle (bij Luik) vestigde.
In de middeleeuwen werden koning Swentibold en zijn familie, waaronder Oda, als heiligen vereerd.